Canto General (Oratorium ~ Neruda ~ Theodorakis) / Nederlandse vertaling

 

Canto General in Spaans, Engels, Frans, Duits en Grieks: in het menu van dit blog zoeken naar “Canto General”, er ontvouwt zich een submenu, en van daaruit nog een. De Nederlandse vertaling wordt ook daar opgenomen. Ik ben bezig de bestaande Nederlandse tekst te verbeteren, en vergelijk deze met de reeds aanwezige Engelse en Duitse teksten en met wat google translate aanreikt, om dan een zo welluidend mogelijk Nederlands te kunnen “neerpennen”. Zoals de Nederlandse teksten tot nu toe waren gepubliceerd hier, waren die overgenomen van:

  • Pablo Neruda, Canto General
  • Vertaald door: Mark Braet, Willy Spillebeen en Bart Vonck.
  • ISBN: 90 6417 086 XD/1984/1642/5
  • Druk: Goff pvba, Gent, België

Tijdens de vergelijkingen hiervan met de officiële Spaanse tekst en de officiële vertalingen in het Engels en Duits constateerde ik regelmatig foute interpretaties en schoonheidsfouten, en heb deze gewijzigd.

Bewerkt:

  1. Enkele dieren
  2. Ik zal leven
  3. De bevrijders
  4. Aan mijn partij
  5. Lautaro

.

.

01. Enkele dieren

Het was de avond van de leguaan
Vanaf zijn regenboogkleurige kam
verzonk zijn tong als een dart
in het groen
De monnikachtige miereneter betrad
met muzikale voeten het oerwoud.
De wilde lama liep, zo ijl als zuurstof,
met zijn gouden laarzen
het brede bruine hoogland in,
terwijl de tamme lama
zijn naïeve ogen opende
voor de tederheid
van een wereld vol dauw.
Aan de oevers van het morgenrood
vlochten de apen
een eindeloze erotische draad
terwijl ze muren van stuifmeel neerhaalden
en daarmee de violette vlucht
van vlinders boven de rivier
uiteen deden schrikken.

Het was de nacht van de alligators
de prille nacht, wemelend van
muilen die uit het moeras opdoken;
en vanuit de slaperige lagunes
keerde een gedempt geluid van tanks
terug naar vanwaar zij kwamen.

De jaguar raakt de bladeren
met zijn fosforiserende aura,
en breekt de puma
als een knetterend vuur
de twijgen
terwijl er in hem
de etherische ogen van het oerwoud branden.
De dassen woelen de oevers los
van de rivier, snuffelen aan het nest
vol klapwiekende tederheid,
die zij met rode tanden zullen aanvallen.

En in de diepte van het machtige water
leeft, de omvang van de aarde gelijk,
de reusachtige anaconda slang
bedekt met heilige modder,
de allesverslindende, de afgod.

.

.

.

.

02. Ik zal leven

Ik zal niet sterven, ik treed naar buiten
op deze dag vol vulkanen,
het veelvoudige tegemoet, het leven.
Ik laat hier alles geordend achter,
vandaag, nu de soldaten rondtrekken,
arm in arm met de “westerse cultuur”,
met handen die Spanje doden,
en de galgen die moorden in Athene
en de schande die in Chili regeert
en ik in stilzwijgen verval.

Hier sta ik
met woorden, en mensen, en wegen,
die nieuwe dingen van mij verwachten en die
met handen vol sterren aan mijn deur kloppen.

.

.

.

.

03. De bevrijders

Hier komt de boom,
de storm-boom, de mensen-boom.
Vanuit de aarde verrijzen zijn helden
zoals bladeren uit boomsappen,
en de wind schudt het gebladerte
van mompelende massa’s,
tot nogmaals het zaad
van het brood op de grond valt.

Hier komt de boom, de boom
gevoed door de naakte doden,
geslagen en gewonde doden,
doden met onherkenbare gezichten,
aan een lans gespiesd,
verkoold op een brandstapel,
onthoofd door bijlen,
gevierendeeld tussen paarden,
gekruisigd in de kerk.

Hier komt de boom, de boom
met levende wortels,
die zout onttrokken uit martelaarschap.
Zijn wortels dronken bloed,
en filterden tranen uit de aarde:
stuurde ze omhoog naar zijn takken,
verdeelde ze over al zijn structuren.
Er waren onzichtbare bloemen,
soms, begraven bloemen,
maar andere keren
straalden de bloemblaadjes als planeten.

En de mensheid verzamelde
de blijvende bloemblaadjes uit de takken
gaf ze door, van hand tot hand
alsof het magnolia’s waren, of granaatappels.
En plotseling opende de aarde zich
en zij groeiden naar de sterren.

Dit is de boom van de vrije mensen.
De boom van de aarde, de boom van de wolk.
De boom van brood, de boom van de pijlen,
De boom van vuisten, de boom van het vuur.
De boom verdrinkt in de stormachtige wateren
van ons donker tijdperk,
maar zijn kruin
houdt de turbulentie van zijn kracht
in balans.

Soms vallen de takken
opnieuw, gebroken in woede,
en een dreigende as
bedekt zijn oude majesteit:
aldus was het in andere tijden,
aldus ontsnapte het aan zijn wanhoop
totdat een geheime hand,
ontelbare verbonden armen,
het volk, de versplinteringen bewaakten
de onveranderlijke stammen verborgen hielden
en hun lippen waren de bladeren
van de immens grote boom, gesmoord,
verspreid over alle delen,
dwalend met zijn wortels.
Dit is de boom, de boom
van het volk, van alle vrije
mensen, de boom van de worsteling.

Leun op zijn manen,
raak de vernieuwde stralen aan,
grijp met je handen in zijn fabrieken
waar het pulserende fruit
iedere dag opnieuw haar licht verspreidt.
Til deze wereld op met je handen,
neem deel aan deze pracht,
neem je brood en je appel,
jouw hart en je paard,
en bewaak het front
aan de grenzen van deze bladeren.

Verdedig de bestemming van de bloemblaadjes,
neem deel aan de vijandige nachten,
kijk naar de cirkel van de dageraad,
adem het universum,
en ondersteun de boom, de boom
die groeit in het midden van de aarde.

.

.

.

.

04. Aan mijn partij

Je gaf me de broederschap van wie ik niet ken.
Je hebt de krachten verzameld van allen die voor mij leven.
Je hebt me mijn vaderland geschonken, als in een nieuwe geboorte.
Je hebt me de vrijheid gegeven die de eenling niet kent.
Je hebt me geleerd de goedheid te ontsteken als een vuur.
Je gaf me de opwaartse kracht die de boom eigen is.
Je leerde me de gelijkenissen en de verschillen tussen mensen zien.
Je toonde me hoe de pijn van het individu sterft in de overwinning van allen.
Je leerde me slapen in de harde bedden van mijn broeders.
Je liet me bouwen op de rotsharde werkelijkheid.
Je maakte me afkerig van het kwade en waanzin.
Je hebt me de schoonheid van de wereld en de mogelijkheid van vreugde doen zien.
Je hebt me onverwoestbaar gemaakt want zijnde in jou sterf ik niet in mezelf.

.

.

.

05. Lautaro

Lautaro was een lichte pijl.
Lenig en blauw was onze voorouder.
Zijn kindertijd was louter stilte.
Zijn puberteit was leiderschap.
Zijn jeugd was een gerichte wind.
Hij maakte zichzelf tot een lange lans.
Hij kasteidde zijn voeten in de watervallen.
Hij ontwikkelde zijn denken tussen de doornen.
Hij testte zijn kracht met de guanaco lama.
Hij leefde in de holen van de sneeuw.
Hij stal de prooi van de arenden.
Hij ontfutselde de geheimen van de bergtoppen.
Hij voedde de bloembladen van het vuur.
Hij werd verzorgd door de koelte van de lente.
Hij schroeide in helse diepten.
Hij was een jager tussen wrede vogels.
Zijn handen waren gestaald door overwinningen.
Hij verstond de agressies van de nacht.
Hij weerstond erupties van zwavel.

Hij transformeerde zichzelf tot ijlere hoogten, plotseling licht.

Hij nam de traagheid aan van de herfst.
Hij werkte in de onzichtbare krochten.
Hij sliep tussen de lakens van de sneeuwstorm.
Hij evenaarde de vlucht van pijlen…..

Pas toen werd hij waardevol voor zijn volk.

Het bloed raakt een ader van kwarts.
De aarde zwelt op waar de druppel valt.
Zo werd Lautaro uit de aarde geboren.

.

.

.

 

Vienen Los Pájaros ~ De Vogels Komen

Alles was vlucht op onze aarde. Als druppels van bloed en veren bezoedelden de kardinaal-vogels de dageraad van Anahuàc. De tucàn was een betoverend doosje geglazuurde vruchten, de kolibri bewaarde de oorspronkelijke vonken van de bliksem en zijn minuscule flakkervuurtjes brandden in de onbeweeglijke lucht.

De verrukkelijke papegaaien vulden het ondoorgrondelijke gebladerte als staven van groen goud pas ontstegen uit het deeg van de verzonken moerassen, en uit hun cirkelronde ogen blikte een metaalgele ring oud als de mineralen. Alle adelaars van de hemel voedden hun wreed geslacht in het onbewoonde azuur, en op zijn roofierwieken vloog boven de wereld de condor, koning moordenaar, eenzame monnik van de hemel, zwarte talisman van de sneeuw, orkaan van de valkenjacht.

De bouwkunst van het ovenvogeltje omvormde het geurend leem tot kleine welluidende schouwburgen waarin hij zingend optrad. De atajacaminos stootte zijn klamme kreet uit aan de rand van de meren. De wilde Araucanische duif bouwde ruige nesten uit het struikgewas waarin ze het koninklijk geschenk van haar blauwachtig glinsterende eieren legde.

De loica van het Zuiden, geurend, zoete timmerman van de herfst, toonde zijn besterde borst van scharlaken gesternte, en de zuidelijke bloedvink verhief zijn fluit pas opgepikt uit de eeuwigheid van het water.

Meer nog, vochtig als een waterlelie, opende de flamingo zijn poorten van rozerode kathedraal, en vloog als de dageraad ver weg van het drukkendhete woud waar de juwelen hangen van de quetzal, die plots ontwaakt, zich in beweging zet, glijdt en schittert en zijn ongerepte gloed doet opvliegen.

Een zeeberg vliegt naar de eilanden, een maan van vogels die naar het Zuiden trekken, over de gistende eilanden van Peru. Het is een levende schaduwstroom, het is een komeet van talloze kleine harten die de zon van de wereld verduisteren als een ster met brede staart tastend naar de archipel. En aan het einde van de woedende zee, in de regen van de oceaan, doemen de vleugels van de albatros op als twee raderwerken van zout, vestigend in de stilte, tussen de rukkende stormwinden, met zijn wijdgespannen hierarchie de orde van de verlatenheden.

.

Sandino (1926)

Het gebeurde in de tijd dat in onze aarde de kruisen begraven werden, vakkundig als gebrekkigen misbruikt. De dollar kwam met vreetgrage tanden het grondgebied bijten, in zijn pastorale Amerikaanse keel. Hij vatte Panama in zijn harde kaken, plantte zijn hoektanden in de verse grond, ploeterde in slijk, whiskey en bloed, en een president in regenjas zwoer: “Laten we de corruptie met zijn allen van dag tot dag in stand houden.” Vervolgens kwam het staal, en het kanaal verdeelde de huizen, hier de meesters, daar het knechtschap.

Ze renden naar Nicaragua.

Ze daalden af, gekleed in het wit, en gooiden met dollars en kogels. Maar er rees een kapitein op die zei: “Nee, vestig hier je concessies niet, noch je fles”. Ze beloofden hem een portret van de president, met zijn handschoenen aan, met een sjerp om zijn middel en pas gekochte laklederen schoenen. Sandino deed zijn laarzen uit, sprong in de woelige moerassen, sloeg de natte sjerp van de vrijheid in het woud om, en, schot na schot, diende hij de “beschavers” van antwoord. De Noordamerikaanse razernij was onbeschrijflijk: goed ingelichte ambassadeurs overtuigden de wereld dat hun liefde uitging naar Nicaragua, dat eenmaal de orde zou moeten terugkeren naar zijn slaperige ingewanden.

Sandino knoopte zijn indringers op.

De helden van Wall Street werden opgeslokt door de moerassen, een bliksem vernietigde hen, meerdere machetes achtervolgden hen, een touw maakte hen wakker als een serpent in de nacht, en hangend aan een boom werden ze langzaam opgevreten door blauwvleugelige kevers en vleesetende slingerplanten.

Sandino was in de stilte, op het plein van het Volk, overal tegelijk was Sandino, doodde Noordamerikanen, berechtte indringers. En toen de luchtmacht kwam, het offensief van de geblindeerde legers, het kerven van verpletterende machten, was Sandino met zijn guerilleros als een schim van het woud, hij was een boom die opschoot op een slapende schildpad of een rivier die wegstroomde. Maar boom, schildpad, rivier waren de wrekende dood, waren systeem van het woud, dodende spinnebeten.

(In 1948 was een guerillero uit Griekenland, kolonne van Sparta, de lichturne die aangevallen werd door de huurlingen van de dollar. Vanuit de bergen stak hij de inktvisarmen van Chicago in brand, en net als Sandino, de dappere Nicaraguaan, werd hij “de bandiet van de bergen” genoemd).

Maar toen vuur, bloed en dollars de hoge toren van Sandino niet konden verwoesten, sloten de krijgers van Wall Street vrede, ze nodigden de guerillero uit om mee te vieren, en een pas gehuurde verrader

schoot zijn karabijn in hem leeg.

Hij heet Somoza. Tot op heden beveelt hij in Nicaragua: de dertig dollars groeiden aan en stapelden zich op in zijn tas.

Dit is de geschiedenis van Sandino, kapitein van Nicaragua, verbijsterde vleeswording van ons verraden zand, dat verdeeld werd en veroverd, gemarteld en belegerd.

.

Neruda Requiem Eterna (Mikis Theodorakis)

Wij huilen om de levende Amerikaanse slaven. Wij huilen om alle volkeren die leven in slavernij. Je was de ultieme zon. Nu regeren de elfen…. De Aarde heeft haar schepper verloren (La Terra Canta Neruda)

 .

 

La United Fruit Co.

Toen de trompet weerklonk, was alles klaargemaakt op aarde en Jahweh verdeelde de wereld tussen Coca-Cola Inc., Anaconda, Ford Motors, en andere firma’s: de Compania Frutera Inc. reserveerde voor zichzelf het sappigste, de centrale kust van mijn aarde, de zachte leest van Amerika, ze herdoopte haar landen tot “Bananenrepublieken”, boven de onrustige helden die de grootheid, de vrijheid en de vlaggen hadden veroverd, vestigde ze de opera buffa: ze vervreemdde de ongeschreven rechten gaf keizerskronen cadeau, wekte de begeerte, trok de dictatuur van de vliegen aan, Trujillovliegen, Tachosvliegen, Cariasvliegen, Martinezvliegen, Ubicovliegen, vliegen nat van nederig bloed en confituur, dronken vliegen die zoemen boven de graven van het volk, cirkusvliegen, geleerde vliegen ervaren in tirannie.

Tussen de bloederige vliegen legt de Frutera aan, verzoetend de koffie en het fruit in haar schepen die als schalen de schat van onze overspoelde landen meevoerden.

Ondertussen, in de versuikerde afgronden van de havens, vallen Indio’s begraven in de rook van de vroege morgen: een lichaam rolt, een naamloos ding, een nummer valt, een tros dode vruchten uitgestrooid op de mesthoop.

Vegetaciones  ~  Plantengroei

Naar de gronden zonder naam en zonder getal daalde de wind af vanuit andere gebieden, bracht de regen hemelse draden, en de god van de verzadigde altaren schonk de bloemen en de levens terug.

In de vruchtbaarheid groeide de tijd.

De jacarandá joeg schuim van overzeese luister de hoogte in, de araucaria met rechtopstaande lansen was grootsheid tegen de sneeuw, de oermahonieboom scheidde bloed af uit zijn beker, en bezuiden de lariksen, de donderboom, de rode boom, de doornboom, de moederboom, de vuurlaaiende ceibo, de rubberboom, waren aards volume, klank, waren bestaansgebieden.

Een nieuw verbreid parfum vulde, door de spleten van de aarde, de ademtochten omgevormd tot rook en geur: de wilde tabak verhief zijn rozestruik van denkbeeldige lucht. Als een lans in vuur voltooid verscheen de maïs, en zijn gestalte ontkorrelde en werd opnieuw geboren, verdeelde zijn meel, hield doden onder zijn wortels, en dan, in zijn wieg, zag hij de plantaardige goden opschieten. Ruw en uitgestrekt verstrooide hij het zaad van de wind op de veren van de cordillera, gedrongen licht van kiemen en stampers, blinde dageraad gezoogd door de aardse balsems van de onverbiddelijke uitgestrektheid, van de omsloten nachtbronnen, van de morgenlijke regenputten. En ook in de vlakten als lemmers van de planeet onder een fris sterrenvolk, weerhield de ombu, koning van de grassen, de vrije lucht, de rumoerige vlucht en besteeg de pampa en onderwierp haar met zijn halster van teugels en wortels.

Boomrijk Amerika, wilde braamstruik tussen de zeeën, van pool tot pool wiegde je struikgewas, groene praal.

De nacht kiemde in steden uit heilige schorsen, in helderklinkende houtsoorten, uitgestrekte bladeren die het kiemend gesteente, de geboorten bedekten. Groene moederschoot, Amerikaanse zaadsavanne, dicht gewelf, een twijg werd geboren als een eiland, een blad nam zwaardgestalte aan, een bloem werd bliksem en medusa, een druif rondde haar substantie, een wortel daalde af naar de duisternis.

.

Amor America (1400)

Vóór pruik en wambuis waren de stromen, slagaderstromen: waren de cordilleras, in wier versleten golf de condor of de sneeuw onbeweeglijk leken: waren de vochtigheid en het struikgewas, de donder nog zonder naam, de pampa’s van de planeten. De mens was aarde, vaatwerk, ooglid van het trillende slijk, vorm van het leem, was Caraïbische kruik, chibcha steen, keizerlijke roemer of Araucaanse kiezel. Teder en bloedig was hij, maar op het handvat van zijn wapen van vochtig kristal stonden de initialen van de aarde geschreven. Niemand kon ze zich later herinneren: de wind vergat hen, de taal van het water werd begraven, de sleutels raakten verloren of werden overstroomd met stilte of bloed.

Het leven ging niet verloren, herderlijke broeders. Maar als een wilde roos viel een rode druppel in het struikgewas, en een lamp van aarde werd gedoofd.

Ik ben hier om de geschiedenis te vertellen. Vanaf de vrede van de buffel tot het gegeselde zand van de laatste aarde, in opgehoopt schuim van het Zuidpoollicht, en door de gesloopte schuiloorden van de schaduwrijke Venezolaanse vrede, zocht ik jou, mijn vader, jonge krijger uit duisternis en koper, jou, bruidsplant, ontembare haardos, moeder kaaiman, metalen duif.

Ik, Inca van het leem, raakte de steen aan en zei: wie verwacht me? En ik drukte mijn hand over een handvol ijl kristal. Maar tussen de zapotebloemen ging ik en het licht was zacht als een hert, en de schaduw was als een groene wimper.

Aarde van mij zonder naam, zonder Amerika, meeldraad van de evenaar, purperen lans, je aroma stijgt tot me op langs de wortels tot de beker die ik dronk, tot het rankste woord nog niet uit mijn mond geboren.

.

A Emiliano Zapata ~ Voor Emilio Zapata, op de muziek van Tata Nacho

Toen de droefheid op de aarde verdubbelde en de verdrietige doornen het erfgoed van de boeren waren, en net als vroeger, de roofzuchtige ceremoniële baarden, en de zwepen, toen, bloem en vuur galoperend……………..

Borrachita me voy hacia la capital… (Borachita, ik ga naar de hoofdstad)

steigerde in de dageraad van de overgang de aarde door elkaar geschud door messen, de peon viel uit zijn bittere bed als een ontgraande maïskolf in de duizelingwekkende eenzaamheid.

om aan de patron te vragen wie me heeft geroepen

Toen was Zapata grond en dageraad. Aan de gele horizon verscheen de menigte van zijn gewapend graan. In een stormloop van water en grenzen kwam de ijzerharde bron van Coahuila, kwamen de sterrestenen van Sonora: alles kwam naar zijn vroege voetstap, naar zijn boerenstorm van hoeven.

dat als hij de ranch verlaat hij gauw terug mag keren

Verdeel het brood, de grond: ik ga met je mee. Ik verzaak mijn hemelse wimpers. Ik, Zapata, ga weg met de dauw van de rijdieren ‘s morgens vroeg, met een schot, langs de nopalcactussen naar de huizen met roze wand.

…. mooie linten in je haar schrei niet om je Pancho ….

De maan slaapt op de paardetuigen. De opgehoopte en verdeelde dood ligt neer met Zapata’s soldaten. De slaap verbergt in de bastions van de zware nacht zijn lot, zijn somber kiemkrachtig dekkleed. Het vuur groepeert de slaaploze lucht: vet, zweet en nachtelijk schroot.

…Borachita ik rij om je te vergeten ….

We vragen een vaderland voor de vernederde. Je mes verdeelt het erfdeel en schoten en strijdrossen intimideren de martelingen, de baard van de beul. De grond wordt verdeeld met een geweer. Hoop maar niet, stoffige boer, dat je met je zweet het volmaakte licht en de in stukjes verdeelde hemel cadeau krijgt. Kom in opstand en galoppeer met Zapata.

… Ik wilde dat ze kwam maar ze zei nee …

Mexico, schrale landbouw, beminde grond verdeeld onder de duisterlingen: uit de maïszwaarden rijzen je zwetende centurionen op naar de zon. Uit de zuidelijke sneeuw kom ik je bezingen. Laat me mee galopperen met je lot en me bedekken met stof en ploegen.

… Als we toch gaan wenen waarom dan terugkeren …

.

.

Opmerking:  De cursief gedrukte tekst is uit het lied:  “Tata Nacho”, van Ignacio Fernández Esperón. De tekst uit “het oratorium Canto General” is opmerkelijk korter dan de tekst die ik in “het boek Canto General” vond.

 

América Insurrecta (1800) ~ Opstandig Amerika (1800)

Onze aarde, weidse aarde, eenzaamheden, bevolkte zich met geluiden, armen, monden. Een verzwegen klinker bracht brandend, de ondergrondse roos te samen, tot de weiden dreunden bedekt met metalen en galop.

De waarheid was hard als een ploegschaar.

De aarde brak, de begeerte zaaide, begroef haar ontkiemde propaganda en werd geboren in de heimelijke lente. Haar bloem werd verzwegen, haar bundel licht werd verworpen, de gemeenschappelijke desem werd bestreden, de zoen van de verborgen vlaggen, maar ze rees op, sloopte de muren en vergrootte de kerkers van de bodem.

Het donkere volk was haar beker, ontving de verdrongen substantie, propageerde haar tot de grenzen van de zee, stampte haar fijn in onverbiddelijke mortieren. En hij ging met de kloppende bladzijden uit en met de lente op de weg. Uur van gisteren, middaguur, uur van vandaag weer, verwachte uur tussen de dode minuut en zij die ontstaat op de stekelige leeftijd van de leugen.

Vaderland, je bent geboren uit de houthakkers, uit de ongedoopte kinderen, uit de timmerlieden, uit hen die als een vreemde vogel een druppel gevleugeld bloed schonken, en vandaag word je hardnekkig geboren van waaruit de verrader en de cipier je voor altijd verzonken waanden.

Vandaag net als toen word je geboren uit het volk.

Vandaag rijs je op uit steenkool en dauw. Vandaag kom je aan de deuren rukken met je verminkte handen, met brokstukken overlevende ziel, met trossen blikken die de dood niet doofde, met harde werktuigen die wapens werden onder de lompen.

.

 

                                         

 

 

 

 

 

.

.

.

About "The Music of Mikis Theodorakis"

The blog "The Music of Mikis Theodorakis" started in 2010. The not-for-profit activities of the initiator were and are to collect, create and publish information about the MUSIC of the Greek composer Mikis Theodorakis via YouTube, Google+, Twitter, and this blog. Sources for this information are utterly strictly related with Mikis Theodorakis' Music only. The icon is a bouzouki. It is Greece's national symbol for freedom. During the Regime of the Colonels (Military Junta, 1967-1974) the bouzouki was forbidden. Mikis Theodorakis used this authentic Greek instrument in almost all his compositions, and Greeks were listening to Theodorakis's music in the underground scene, during the Military Junta time.
This entry was posted in Art, Books, Chile, Choir, Classical Music, Greece, Μίκης Θεοδωράκης, Mikis Theodorakis, Music, Politics, South America and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.