Canto General (Oratorium ~ Neruda ~ Theodorakis) / Nederlandse vertaling

Translation into English follows as soon as possible…

Algunas Bestias ~ Enkele dieren

Het was de morgenschemering van de leguaan.

Van de regenboogkleurige kam zonk als een werppijl zijn tong in het groen, de monnikachtige miereneter betrad met melodieuze pas het woud, de guanaco dun als zuurstof in de wijde vale hoogten, liep geschoeid met gouden laarzen, terwijl de vlam haar onbevangen ogen opende in de teerheid van de wereld vol dauw. De apen vlochten een eindeloze erotische draad op de oevers van de dageraad, muren van stuifmeel neerhalend en de violette vlucht van de vlinders van Muzo opschrikkend. Het was de nacht van de kaaimannen, de ongerepte nacht wemelen van muilen die opdoken uit slijk, en uit de slaperige lagunes kwam een donker geluid van harnassen naar de aardse oorsprong.

De jaguar raakt de bladeren aan met zijn fosforescerende afwezigheid, de poema breekt door het takwerk als het verzengende vuur, terwijl in hem de dronken ogen van de wildernis branden. De dassen omwoelen de voeten van de stroom, ze bespeuren het nest waarvan ze het rillend genot met rode tanden zullen aanvallen.

En in de diepte van het machtige water, zoals de omvang van de aarde, bevindt zich de gigantische anaconda-slang bedekt met rituele modder, verslindend en religieus.

.

Voy A Vivir (1949) ~  Ik Zal Leven (1949)

Ik zal niet sterven. Nu vertrek ik, op deze dag vol vulkanen, naar de menigte, naar het leven. Hier laat ik de zaken afgehandeld achter, nu vandaag de pistoolhelden op stap zijn met de “Westerse cultuur” in hun armen, met de handen die moorden in Spanje, en de galgen die schommelen in Athene en de schande die Chili regeert en ik houd op met vertellen.

Hier blijf ik met woorden en volkeren en wegen die me weer verwachten, en die met besterde handen op mijn deur bonzen.

.

Los Libertadores ~ De Bevrijders

Hier komt de boom, de boom van de storm, de boom van het volk. Uit de aarde rijzen zijn helden als de bladeren uit het sap, en de wind slaat de rumoerende bladermassa stuk, tot het zaad van het brood andermaal neervalt in de aarde.

Hier is de boom, de boom gevoed door naakte doden, gegeselde en verminkte doden, doden met ontdane gezichten, gespietst op een lands, in elkaar gekronkeld op de brandstapel, onthoofd door de bijl, gevierendeeld door paarden, gekruisigd in de kerk.

Hier komt de boom, de boom wiens wortels levend zijn, hij kreeg de mest van het martelaarschap, zijn wortels aten bloed, en hij trok tranen uit de grond: hij stuwde ze omhoog door zijn takken, verdeelde ze over zijn architectuur. Ze werden onzichtbare bloemen, somstijds, begraven bloemen, dan weer verlichtten ze zijn bloembladen, als planeten.

En de mens plukte in de takken de hard geworden bloemkronen, hij gaf ze van hand tot hand, als magnolia’s of granaatbloemen en plots, spleten ze de grond, groeiden tot aan de sterren.

Dit is de boom van de vrije mensen. De boom grond, de boom wolk, de boom brood, de boom pijl, de boom vuist, de boom vuur. Hem overspoelde het toornige water van ons nachtelijke tijdperk, maar zijn mast houdt het rad van zijn macht in evenwicht.

Dan weer, vallen de takken door woede gekraakt en een dreigende as bedekt zijn oude majesteit: zo kwam hij vanuit andere tijden zo kwam hij uit de doodstrijd tot een heimelijke band ontelbare armen, het volk, de brokstukken overhield, onwrikbare stronken verborg, en zijn lippen waren de bladeren van de onmetelijke verdeelde boom, uitgestrooid naar alle kanten, die voortschreed met al zijn wortels. Dit is de boom, de boom van het volk, van alle volkeren van de vrijheid, van de strijd.

Klamp je vast aan zijn manen: raak zijn hernieuwde stralen aan: steek je hand in de fabrieken waar zijn kloppende vrucht dag aan dag zijn licht verspreidt.

Hef die grond in je handen, neem deel aan die pracht, neem je brood en je appel, je hart en je paard en trek de wacht op aan de grens aan de rand van zijn bladeren.

Verdedig het doel van zijn bloemkronen, verdeel de vijandige krachten, bewaak de kringloop van de dageraad, adem de besterde hoogte in, die de boom stut, de boom die groeit in het midden van de aarde.

.

A Mi Partido  ~ Aan Mijn Partij

Je hebt me de broederlijkheid gegeven voor wie ik niet ken Je hebt voor mij de kracht verzameld van allen die leven. Je hebt me het vaderland teruggeschonken als in een geboorte. Je hebt me de vrijheid gegeven die de eenzame niet heeft. Je hebt me geleerd de goedheid te ontsteken, als het vuur. Je gaf me de rechtlijnigheid die de boom vereist. Je leerde me de eenheid en het verschil tussen de mensen zien. Je toonde me hoe de smart van een mens gestoven is in de overwinning van allen. Je leerde me slapen op de harde bedden van mijn broeders. Je deed me bouwen op de werkelijkheid als op een rots. Je maakte me vijand van de booswicht en muur van de waanzinnige. Je hebt me de klaarte van de wereld en de mogelijkheid van de vreugde doen zien. Je hebt me onverwoestbaar gemaakt want met jou eindig ik niet in mezelf.

 .

Lautaro (1550)

Opvoeding van de Cacique

Lautaro was een lichte pijl. Elstisch en blauw was onze vader. Zijn kindertijd was louter stilte. Zijn jongensjaren waren beheersing. Zijn jeugd was een gerichte wind. Hij bereidde zich voor als een lange lans. Hij gewende zijn voeten in de watervallen. Hij voedde zijn hoofd op in de doornen. Hij herhaalde de wapenfeiten van de guanaco. Hij leefde in de uithoeken van de sneeuw. Hij bespiedde de maaltijd van de arenden. Hij verborg het geheim van de rotsen. Hij verzorgde de bloembladen van het vuur. Hij zoog de melk in van de kille lente. Hij brandde zich aan de helse diepten. Hij was een jager tussen wrede vogels. Hij kleurde zijn handen met zegepralen. Hij las de aanvallen van de nacht. Hij verdroeg het neerstorten van de zwavel.

Hij maakte zich snelheid, plotseling licht.

Hij nam de traagheid aan van de herfst. Hij werkte in de onzichtbare krochten. Hij sliep in de dekens van de gletsjer. Hij evenaarde het gedrag van de pijl. Hij dronk het woeste bloed op de wegen. Hij ontrukte de schat aan de golven. Hij maakte zich dreigend als een sombere god. Hij at aan elke tafel van zijn volk. Hij leerde het alfabet van de bliksem. Hij ademde de verspreide as in. Hij omwond zijn borst met zwarte pelsen.

Hij ontcijferde de spiraal van rook.

Hij vormde zichzelf uit zwijgzame vezels. Hij oliede zich als de ziel van de olijf. Hij maakte zich hard als doorschijnend kristal. Hij studeerde om storm te worden. Hij vocht tot hij het bloed kon temmen.

Dan pas was hij zijn volk waardig.

Het bloed treft een gang van kwarts. De steen groeit waar de druppel valt. Zo wordt Lautaro uit de aarde geboren.

.

Vienen Los Pájaros ~ De Vogels Komen

Alles was vlucht op onze aarde. Als druppels van bloed en veren bezoedelden de kardinaal-vogels de dageraad van Anahuàc. De tucàn was een betoverend doosje geglazuurde vruchten, de kolibri bewaarde de oorspronkelijke vonken van de bliksem en zijn minuscule flakkervuurtjes brandden in de onbeweeglijke lucht.

De verrukkelijke papegaaien vulden het ondoorgrondelijke gebladerte als staven van groen goud pas ontstegen uit het deeg van de verzonken moerassen, en uit hun cirkelronde ogen blikte een metaalgele ring oud als de mineralen. Alle adelaars van de hemel voedden hun wreed geslacht in het onbewoonde azuur, en op zijn roofierwieken vloog boven de wereld de condor, koning moordenaar, eenzame monnik van de hemel, zwarte talisman van de sneeuw, orkaan van de valkenjacht.

De bouwkunst van het ovenvogeltje omvormde het geurend leem tot kleine welluidende schouwburgen waarin hij zingend optrad. De atajacaminos stootte zijn klamme kreet uit aan de rand van de meren. De wilde Araucanische duif bouwde ruige nesten uit het struikgewas waarin ze het koninklijk geschenk van haar blauwachtig glinsterende eieren legde.

De loica van het Zuiden, geurend, zoete timmerman van de herfst, toonde zijn besterde borst van scharlaken gesternte, en de zuidelijke bloedvink verhief zijn fluit pas opgepikt uit de eeuwigheid van het water.

Meer nog, vochtig als een waterlelie, opende de flamingo zijn poorten van rozerode kathedraal, en vloog als de dageraad ver weg van het drukkendhete woud waar de juwelen hangen van de quetzal, die plots ontwaakt, zich in beweging zet, glijdt en schittert en zijn ongerepte gloed doet opvliegen.

Een zeeberg vliegt naar de eilanden, een maan van vogels die naar het Zuiden trekken, over de gistende eilanden van Peru. Het is een levende schaduwstroom, het is een komeet van talloze kleine harten die de zon van de wereld verduisteren als een ster met brede staart tastend naar de archipel. En aan het einde van de woedende zee, in de regen van de oceaan, doemen de vleugels van de albatros op als twee raderwerken van zout, vestigend in de stilte, tussen de rukkende stormwinden, met zijn wijdgespannen hierarchie de orde van de verlatenheden.

.

Sandino (1926)

Het gebeurde in de tijd dat in onze aarde de kruisen begraven werden, vakkundig als gebrekkigen misbruikt. De dollar kwam met vreetgrage tanden het grondgebied bijten, in zijn pastorale Amerikaanse keel. Hij vatte Panama in zijn harde kaken, plantte zijn hoektanden in de verse grond, ploeterde in slijk, whiskey en bloed, en een president in regenjas zwoer: “Laten we de corruptie met zijn allen van dag tot dag in stand houden.” Vervolgens kwam het staal, en het kanaal verdeelde de huizen, hier de meesters, daar het knechtschap.

Ze renden naar Nicaragua.

Ze daalden af, gekleed in het wit, en gooiden met dollars en kogels. Maar er rees een kapitein op die zei: “Nee, vestig hier je concessies niet, noch je fles”. Ze beloofden hem een portret van de president, met zijn handschoenen aan, met een sjerp om zijn middel en pas gekochte laklederen schoenen. Sandino deed zijn laarzen uit, sprong in de woelige moerassen, sloeg de natte sjerp van de vrijheid in het woud om, en, schot na schot, diende hij de “beschavers” van antwoord. De Noordamerikaanse razernij was onbeschrijflijk: goed ingelichte ambassadeurs overtuigden de wereld dat hun liefde uitging naar Nicaragua, dat eenmaal de orde zou moeten terugkeren naar zijn slaperige ingewanden.

Sandino knoopte zijn indringers op.

De helden van Wall Street werden opgeslokt door de moerassen, een bliksem vernietigde hen, meerdere machetes achtervolgden hen, een touw maakte hen wakker als een serpent in de nacht, en hangend aan een boom werden ze langzaam opgevreten door blauwvleugelige kevers en vleesetende slingerplanten.

Sandino was in de stilte, op het plein van het Volk, overal tegelijk was Sandino, doodde Noordamerikanen, berechtte indringers. En toen de luchtmacht kwam, het offensief van de geblindeerde legers, het kerven van verpletterende machten, was Sandino met zijn guerilleros als een schim van het woud, hij was een boom die opschoot op een slapende schildpad of een rivier die wegstroomde. Maar boom, schildpad, rivier waren de wrekende dood, waren systeem van het woud, dodende spinnebeten.

(In 1948 was een guerillero uit Griekenland, kolonne van Sparta, de lichturne die aangevallen werd door de huurlingen van de dollar. Vanuit de bergen stak hij de inktvisarmen van Chicago in brand, en net als Sandino, de dappere Nicaraguaan, werd hij “de bandiet van de bergen” genoemd).

Maar toen vuur, bloed en dollars de hoge toren van Sandino niet konden verwoesten, sloten de krijgers van Wall Street vrede, ze nodigden de guerillero uit om mee te vieren, en een pas gehuurde verrader

schoot zijn karabijn in hem leeg.

Hij heet Somoza. Tot op heden beveelt hij in Nicaragua: de dertig dollars groeiden aan en stapelden zich op in zijn tas.

Dit is de geschiedenis van Sandino, kapitein van Nicaragua, verbijsterde vleeswording van ons verraden zand, dat verdeeld werd en veroverd, gemarteld en belegerd.

.

Neruda Requiem Eterna (Mikis Theodorakis)

Wij huilen om de levende Amerikaanse slaven. Wij huilen om alle volkeren die leven in slavernij. Je was de ultieme zon. Nu regeren de elfen…. De Aarde heeft haar schepper verloren (La Terra Canta Neruda)

 .

 

La United Fruit Co.

Toen de trompet weerklonk, was alles klaargemaakt op aarde en Jahweh verdeelde de wereld tussen Coca-Cola Inc., Anaconda, Ford Motors, en andere firma’s: de Compania Frutera Inc. reserveerde voor zichzelf het sappigste, de centrale kust van mijn aarde, de zachte leest van Amerika, ze herdoopte haar landen tot “Bananenrepublieken”, boven de onrustige helden die de grootheid, de vrijheid en de vlaggen hadden veroverd, vestigde ze de opera buffa: ze vervreemdde de ongeschreven rechten gaf keizerskronen cadeau, wekte de begeerte, trok de dictatuur van de vliegen aan, Trujillovliegen, Tachosvliegen, Cariasvliegen, Martinezvliegen, Ubicovliegen, vliegen nat van nederig bloed en confituur, dronken vliegen die zoemen boven de graven van het volk, cirkusvliegen, geleerde vliegen ervaren in tirannie.

Tussen de bloederige vliegen legt de Frutera aan, verzoetend de koffie en het fruit in haar schepen die als schalen de schat van onze overspoelde landen meevoerden.

Ondertussen, in de versuikerde afgronden van de havens, vallen Indio’s begraven in de rook van de vroege morgen: een lichaam rolt, een naamloos ding, een nummer valt, een tros dode vruchten uitgestrooid op de mesthoop.

Vegetaciones  ~  Plantengroei

Naar de gronden zonder naam en zonder getal daalde de wind af vanuit andere gebieden, bracht de regen hemelse draden, en de god van de verzadigde altaren schonk de bloemen en de levens terug.

In de vruchtbaarheid groeide de tijd.

De jacarandá joeg schuim van overzeese luister de hoogte in, de araucaria met rechtopstaande lansen was grootsheid tegen de sneeuw, de oermahonieboom scheidde bloed af uit zijn beker, en bezuiden de lariksen, de donderboom, de rode boom, de doornboom, de moederboom, de vuurlaaiende ceibo, de rubberboom, waren aards volume, klank, waren bestaansgebieden.

Een nieuw verbreid parfum vulde, door de spleten van de aarde, de ademtochten omgevormd tot rook en geur: de wilde tabak verhief zijn rozestruik van denkbeeldige lucht. Als een lans in vuur voltooid verscheen de maïs, en zijn gestalte ontkorrelde en werd opnieuw geboren, verdeelde zijn meel, hield doden onder zijn wortels, en dan, in zijn wieg, zag hij de plantaardige goden opschieten. Ruw en uitgestrekt verstrooide hij het zaad van de wind op de veren van de cordillera, gedrongen licht van kiemen en stampers, blinde dageraad gezoogd door de aardse balsems van de onverbiddelijke uitgestrektheid, van de omsloten nachtbronnen, van de morgenlijke regenputten. En ook in de vlakten als lemmers van de planeet onder een fris sterrenvolk, weerhield de ombu, koning van de grassen, de vrije lucht, de rumoerige vlucht en besteeg de pampa en onderwierp haar met zijn halster van teugels en wortels.

Boomrijk Amerika, wilde braamstruik tussen de zeeën, van pool tot pool wiegde je struikgewas, groene praal.

De nacht kiemde in steden uit heilige schorsen, in helderklinkende houtsoorten, uitgestrekte bladeren die het kiemend gesteente, de geboorten bedekten. Groene moederschoot, Amerikaanse zaadsavanne, dicht gewelf, een twijg werd geboren als een eiland, een blad nam zwaardgestalte aan, een bloem werd bliksem en medusa, een druif rondde haar substantie, een wortel daalde af naar de duisternis.

.

Amor America (1400)

Vóór pruik en wambuis waren de stromen, slagaderstromen: waren de cordilleras, in wier versleten golf de condor of de sneeuw onbeweeglijk leken: waren de vochtigheid en het struikgewas, de donder nog zonder naam, de pampa’s van de planeten. De mens was aarde, vaatwerk, ooglid van het trillende slijk, vorm van het leem, was Caraïbische kruik, chibcha steen, keizerlijke roemer of Araucaanse kiezel. Teder en bloedig was hij, maar op het handvat van zijn wapen van vochtig kristal stonden de initialen van de aarde geschreven. Niemand kon ze zich later herinneren: de wind vergat hen, de taal van het water werd begraven, de sleutels raakten verloren of werden overstroomd met stilte of bloed.

Het leven ging niet verloren, herderlijke broeders. Maar als een wilde roos viel een rode druppel in het struikgewas, en een lamp van aarde werd gedoofd.

Ik ben hier om de geschiedenis te vertellen. Vanaf de vrede van de buffel tot het gegeselde zand van de laatste aarde, in opgehoopt schuim van het Zuidpoollicht, en door de gesloopte schuiloorden van de schaduwrijke Venezolaanse vrede, zocht ik jou, mijn vader, jonge krijger uit duisternis en koper, jou, bruidsplant, ontembare haardos, moeder kaaiman, metalen duif.

Ik, Inca van het leem, raakte de steen aan en zei: wie verwacht me? En ik drukte mijn hand over een handvol ijl kristal. Maar tussen de zapotebloemen ging ik en het licht was zacht als een hert, en de schaduw was als een groene wimper.

Aarde van mij zonder naam, zonder Amerika, meeldraad van de evenaar, purperen lans, je aroma stijgt tot me op langs de wortels tot de beker die ik dronk, tot het rankste woord nog niet uit mijn mond geboren.

.

A Emiliano Zapata ~ Voor Emilio Zapata, op de muziek van Tata Nacho

Toen de droefheid op de aarde verdubbelde en de verdrietige doornen het erfgoed van de boeren waren, en net als vroeger, de roofzuchtige ceremoniële baarden, en de zwepen, toen, bloem en vuur galoperend……………..

Borrachita me voy hacia la capital… (Borachita, ik ga naar de hoofdstad)

steigerde in de dageraad van de overgang de aarde door elkaar geschud door messen, de peon viel uit zijn bittere bed als een ontgraande maïskolf in de duizelingwekkende eenzaamheid.

om aan de patron te vragen wie me heeft geroepen

Toen was Zapata grond en dageraad. Aan de gele horizon verscheen de menigte van zijn gewapend graan. In een stormloop van water en grenzen kwam de ijzerharde bron van Coahuila, kwamen de sterrestenen van Sonora: alles kwam naar zijn vroege voetstap, naar zijn boerenstorm van hoeven.

dat als hij de ranch verlaat hij gauw terug mag keren

Verdeel het brood, de grond: ik ga met je mee. Ik verzaak mijn hemelse wimpers. Ik, Zapata, ga weg met de dauw van de rijdieren ‘s morgens vroeg, met een schot, langs de nopalcactussen naar de huizen met roze wand.

…. mooie linten in je haar schrei niet om je Pancho ….

De maan slaapt op de paardetuigen. De opgehoopte en verdeelde dood ligt neer met Zapata’s soldaten. De slaap verbergt in de bastions van de zware nacht zijn lot, zijn somber kiemkrachtig dekkleed. Het vuur groepeert de slaaploze lucht: vet, zweet en nachtelijk schroot.

…Borachita ik rij om je te vergeten ….

We vragen een vaderland voor de vernederde. Je mes verdeelt het erfdeel en schoten en strijdrossen intimideren de martelingen, de baard van de beul. De grond wordt verdeeld met een geweer. Hoop maar niet, stoffige boer, dat je met je zweet het volmaakte licht en de in stukjes verdeelde hemel cadeau krijgt. Kom in opstand en galoppeer met Zapata.

… Ik wilde dat ze kwam maar ze zei nee …

Mexico, schrale landbouw, beminde grond verdeeld onder de duisterlingen: uit de maïszwaarden rijzen je zwetende centurionen op naar de zon. Uit de zuidelijke sneeuw kom ik je bezingen. Laat me mee galopperen met je lot en me bedekken met stof en ploegen.

… Als we toch gaan wenen waarom dan terugkeren …

.

.

Opmerking:  De cursief gedrukte tekst is uit het lied:  “Tata Nacho”, van Ignacio Fernández Esperón. De tekst uit “het oratorium Canto General” is opmerkelijk korter dan de tekst die ik in “het boek Canto General” vond.

 

América Insurrecta (1800) ~ Opstandig Amerika (1800)

Onze aarde, weidse aarde, eenzaamheden, bevolkte zich met geluiden, armen, monden. Een verzwegen klinker bracht brandend, de ondergrondse roos te samen, tot de weiden dreunden bedekt met metalen en galop.

De waarheid was hard als een ploegschaar.

De aarde brak, de begeerte zaaide, begroef haar ontkiemde propaganda en werd geboren in de heimelijke lente. Haar bloem werd verzwegen, haar bundel licht werd verworpen, de gemeenschappelijke desem werd bestreden, de zoen van de verborgen vlaggen, maar ze rees op, sloopte de muren en vergrootte de kerkers van de bodem.

Het donkere volk was haar beker, ontving de verdrongen substantie, propageerde haar tot de grenzen van de zee, stampte haar fijn in onverbiddelijke mortieren. En hij ging met de kloppende bladzijden uit en met de lente op de weg. Uur van gisteren, middaguur, uur van vandaag weer, verwachte uur tussen de dode minuut en zij die ontstaat op de stekelige leeftijd van de leugen.

Vaderland, je bent geboren uit de houthakkers, uit de ongedoopte kinderen, uit de timmerlieden, uit hen die als een vreemde vogel een druppel gevleugeld bloed schonken, en vandaag word je hardnekkig geboren van waaruit de verrader en de cipier je voor altijd verzonken waanden.

Vandaag net als toen word je geboren uit het volk.

Vandaag rijs je op uit steenkool en dauw. Vandaag kom je aan de deuren rukken met je verminkte handen, met brokstukken overlevende ziel, met trossen blikken die de dood niet doofde, met harde werktuigen die wapens werden onder de lompen.

.

 

De hier gepubliceerde gedichten zijn overgenomen uit het boek:

  • Pablo Neruda, Canto General
  • Vertaald door: Mark Braet, Willy Spillebeen en Bart Vonck.
  • ISBN: 90 6417 086 XD/1984/1642/5
  • Druk: Goff pvba, Gent, België                                         

 

~

Hoewel ik de gedichten precies zo ingevoerd heb zoals deze in het boek ook afgedrukt zijn, met regels en spaties, bleek het bij het publiceren van deze bladzijde een chaos te zijn geworden. Ik heb alle gedichten naar een ander programma gekopiëerd en hier opnieuw geplakt, zonder de oorspronkelijke lay out. Heel erg jammer, vooral omdat een versregel betekenis heeft. Ik kan daarom iedereen aanbevelen het boek aan te schaffen en daarin de gedichten terug te zoeken. Het lezen creëert een belevenis die zijn weerga niet kent.

~

De hier gepubliceerde gedichten zijn een selectie uit de 340 gedichten van het boek Canto General en zijn opgenomen in het Oratorium Canto General, gecomponeerd door Mikis Theodorakis. Sommige gedichten zijn waarschijnlijk ingekort voor het oratorium. Maar dat weet ik niet zeker. Ik vermoed dit omdat de Spaanse tekst voor de liederen in het oratorium, die ik vond op internet, soms korter is dan de tekst van gelijknamige gedichten in het boek.

De complete Nederlandse vertaling is in een tweedehands exemplaar verkrijgbaar bij Boekwinkeltjes.nl

Meer informatie over Canto General en Pablo Neruda in mijn blogpost: Canto General, a concept (in het Engels)

 

This post has been updated on January 21, 2016

.

.

.

About "The Music of Mikis Theodorakis"

The blog "The Music of Mikis Theodorakis" started in 2010. The not-for-profit activities of the initiator were and are to collect, create and publish information about the MUSIC of the Greek composer Mikis Theodorakis via YouTube, Google+, Twitter, and this blog. Sources for this information are utterly strictly related with Mikis Theodorakis' Music only. The icon is a bouzouki. It is Greece's national symbol for freedom. During the Regime of the Colonels (Military Junta, 1967-1974) the bouzouki was forbidden. Mikis Theodorakis used this authentic Greek instrument in almost all his compositions, and Greeks were listening to Theodorakis's music in the underground scene, during the Military Junta time.
This entry was posted in Art, Books, Chile, Choir, Classical Music, Greece, Μίκης Θεοδωράκης, Mikis Theodorakis, Music, Politics, South America and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.