03. De bevrijders

Hier komt de boom,
de storm-boom, de mensen-boom.
Vanuit de aarde verrijzen zijn helden
zoals bladeren uit boomsappen,
en de wind schudt het gebladerte
van mompelende massa’s,
tot nogmaals het zaad
van het brood op de grond valt.

Hier komt de boom, de boom
gevoed door de naakte doden,
geslagen en gewonde doden,
doden met onherkenbare gezichten,
aan een lans gespiesd,
verkoold op een brandstapel,
onthoofd door bijlen,
gevierendeeld tussen paarden,
gekruisigd in de kerk.

Hier komt de boom, de boom
met levende wortels,
die zout onttrokken uit martelaarschap.
Zijn wortels dronken bloed,
en filterden tranen uit de aarde:
stuurde ze omhoog naar zijn takken,
verdeelde ze over al zijn structuren.
Er waren onzichtbare bloemen,
soms, begraven bloemen,
maar andere keren
straalden de bloemblaadjes als planeten.

En de mensheid verzamelde
de blijvende bloemblaadjes uit de takken
gaf ze door, van hand tot hand
alsof het magnolia’s waren, of granaatappels.
En plotseling opende de aarde zich
en zij groeiden naar de sterren.

Dit is de boom van de vrije mensen.
De boom van de aarde, de boom van de wolk.
De boom van brood, de boom van de pijlen,
De boom van vuisten, de boom van het vuur.
De boom verdrinkt in de stormachtige wateren
van ons donker tijdperk,
maar zijn kruin
houdt de turbulentie van zijn kracht
in balans.

Soms vallen de takken
opnieuw, gebroken in woede,
en een dreigende as
bedekt zijn oude majesteit:
aldus was het in andere tijden,
aldus ontsnapte het aan zijn wanhoop
totdat een geheime hand,
ontelbare verbonden armen,
het volk, de versplinteringen bewaakten
de onveranderlijke stammen verborgen hielden
en hun lippen waren de bladeren
van de immens grote boom, gesmoord,
verspreid over alle delen,
dwalend met zijn wortels.
Dit is de boom, de boom
van het volk, van alle vrije
mensen, de boom van de worsteling.

Leun op zijn manen,
raak de vernieuwde stralen aan,
grijp met je handen in zijn fabrieken
waar het pulserende fruit
iedere dag opnieuw haar licht verspreidt.
Til deze wereld op met je handen,
neem deel aan deze pracht,
neem je brood en je appel,
jouw hart en je paard,
en bewaak het front
aan de grenzen van deze bladeren.

Verdedig de bestemming van de bloemblaadjes,
neem deel aan de vijandige nachten,
kijk naar de cirkel van de dageraad,
adem het universum,
en ondersteun de boom, de boom
die groeit in het midden van de aarde.

.

.

.