04. Aan mijn partij

Je gaf me de broederschap van wie ik niet ken.
Je hebt de krachten verzameld van allen die voor mij leven.
Je hebt me mijn vaderland geschonken, als in een nieuwe geboorte.
Je hebt me de vrijheid gegeven die de eenling niet kent.
Je hebt me geleerd de goedheid te ontsteken als een vuur.
Je gaf me de opwaartse kracht die de boom eigen is.
Je leerde me de gelijkenissen en de verschillen tussen mensen zien.
Je toonde me hoe de pijn van het individu sterft in de overwinning van allen.
Je leerde me slapen in de harde bedden van mijn broeders.
Je liet me bouwen op de rotsharde werkelijkheid.
Je maakte me afkerig van het kwade en waanzin.
Je hebt me de schoonheid van de wereld en de mogelijkheid van vreugde doen zien.
Je hebt me onverwoestbaar gemaakt want zijnde in jou sterf ik niet in mezelf.

.

.

.